Deze website maakt gebruik van cookies. Door gebruik te maken van deze website gaat u daarmee akkoord. 

Afdrukken
Hits: 6347

Gaia Sira speelt een organisatorische rol in bijgaand project. Zie 

http://kringlooplandbouw.nl/film/

  

FILM: WINST MET KRINGLOOPLANDBOUW

Bekijk hier de trailer van de nieuwe film: Winst met kringlooplandbouw! 

Een nieuwe film over winst met kringlooplandbouw

Wilt u de film gaan vertonen? Of wilt u de film met een bespreking organiseren voor uw organisatie? Mail ons dan op Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of benader een van deze contactpersonen: Marijke Kuipers (06-42383361), Anton Nigten (06-54280142) of Toon Jansen (06-23373923).

De film Winst met kringlooplandbouw is onderdeel van het gelijknamige project. Het project bestaat uit:

  • film van 54 minuten
  • film van 30 minuten (ingekorte versie en minder wetenschappelijk)
  • lespakket voor het onderwijs (film inclusief lesmateriaal)

En er is een comité van aanbevelingen, bestaande uit:

  • Prof. Dr. H.H.F (Herman) Wijffels
  • Prof. Dr. ir. Jan Douwe v.d. Ploeg
  • Prof. Dr. Louise Vet
  • Wil Meulenbroeks
  • Jan Willem Straatsma, manager duurzame veehouderij Friesland Campina
Inhoud film.
Lees hier meer achtergronden over de film


Doel van project
Doel van dit project is om de melkveehouderij in Nederland te bewegen een duurzamer weg richting kringlooplandbouw te laten inslaan, naar het voorbeeld van de boeren in de film en lespakket met bovengenoemde titel, en tot een grote reductie te komen in de uitstoot van stikstof door melkveehouderijbedrijven. Hiermee beogen we een win-win project.Dit door middel van bijeenkomsten gericht op diverse doelgroepen, waar gebruik wordt gemaakt van de film en/of lespakket.
Doelgroep vormen
-(gangbare) melkveebedrijven
– leerlingen en docenten van agrarische opleidingen en docenten,
– wetenschappers en consumenten.

Film “Winst met kringlooplandbouw”
Positieve film met een duidelijke boodschap over een complex vraagstuk.
Met behulp van de kringloop is het mogelijk om een melkveebedrijf te runnen zonder overmatige stikstof uitstoot, en afgestemd op de draagkracht van de natuur.
Filmmakers van Schoonhoven Producties. Zie www.schoonhovenproducties.nl
De lange film duurt 54 minuten.De korte duurt 30 minuten en is een ingekorte, minder wetenschappelijke film met dezelfde strekking.

Inhoud film:
“Wij hebben geen ammoniakprobleem”.
Ruim 20 jaar geleden zeiden Jaap van Bruchem* en Egbert Lantinga* van de Wageningen Universiteit dat we geen ammoniakprobleem hebben in de melkveehouderij en dat ze een natuurlijke oplossing zagen voor het stikstof-overschot. Op de proefboerderij de Minderhoudhoeve van de Wageningen Universiteit en later bij het VEL & VANLA project in de Noordelijke Friese Wouden werd het bewijs geleverd. De beelden van de uitzending van het Agrarisch Journaal uit 2000 spreken boekdelen.
Wageningen Universiteit echter, in samenwerking met eerst het Ministerie van Landbouw en later Economische Zaken, kozen niet voor de oplossing die was gevonden op het proefbedrijf de Minderhoudhoeve en later in de praktijk. Zij kozen voor een intensievere landbouw.
De huidige intensieve landbouw is gestoeld op het zogeheten controlemodel, de focus ligt op zo hoog mogelijke productie tegen zo laag mogelijke kosten. [

De gevolgen van deze landbouw zijn velerlei, zoals een achteruitgang van de biodiversiteit; door het gebruik van pesticiden en kunstmest is o.a. een achteruitgang veroorzaakt van bloeiende planten wat weer gevolgen heeft voor wilde bijensoorten in Nederland en brekebeenvogeltjes met te weinig kalk vanwege de stikstofdepositie in natuurgebieden.
Verder heeft het stikstofoverschot in de melkveehouderij uiteindelijk gezorgd voor het nemen van drastische maatregelen; de veestapel moet krimpen en vooral kleine (gangbare) boeren zijn de dupe en moeten inkrimpen of geven zelfs het boerenbestaan op. In de film wordt uit de doeken gedaan dat de natuurlijke kringloop melkveehouderij qua productie heel wel kan concurreren met de klassieke intensieve melkveehouderij, tegen aanzienlijk lagere kosten en een vrijwel verwaarloosbare belasting van het milieu.
Jaap van Bruchem ziet de teloorgang van de Nederlandse melkveebedrijven met lede ogen aan en besloot tot het maken van een film om daarmee boeren en burgers te kunnen bereiken. In de film doet Jaap van Bruchem uit de doeken hoe het onderzoek 20 jaar geleden werd vormgegeven en wat de uitkomst was.
In de film komen aan het woord:
• Joop Overvest, toenmalig bedrijfsleider van de Minderhoudhoeve. Hij vertelt over de praktijk. De fragmenten uit het Agrarisch Journaal geven aan dat er een eenvoudige oplossing voor handen was voor het ammoniak- en nitraatprobleem.
• Frank Verhoeven was onder supervisie van Jaap van Bruchem betrokken bij onderzoek Vel & Vanla en heeft nu adviesbureau Boerenverstand. Hij vertelt hoe de kennis in praktijk werd gebracht in het Vel & Vanla project in de Noordelijke Friese Wouden en wat het advies is aan boeren om met behulp van de kringloop zo natuurlijk mogelijk te boeren.
• Bauke Meijer is gangbare melkveehouder in Witteveen (Drenthe) en kwam in 2002 in aanraking met de kringlooplandbouw toen de provincie Drenthe een project opstartte om kringlooplandbouw te stimuleren. Jaap van Bruchem was een van de initiatiefnemers. Het project Bedreven Bedrijven Drenthe begon met 40 deelnemers en had uiteindelijk honderden deelnemers. Bauke Meijer was een van hen en vertelt in de film enthousiast over zijn bevindingen. Bauke Meijer heeft een gangbaar bedrijf en werkt met het Holstein-Friesian ras.
• Rick Meulenbroeks is een gangbare melkveehouder in Lage Mierde, Noord Brabant. Samen met zijn ouders en een medewerker runt hij een bedrijf met 230 melkkoeien van het rood bont Holstein ras. Het bedrijf heeft 47 ha en wil een stuk natuurgebied erbij gaan gebruiken en zich meer gaan toeleggen op kringlooplandbouw.
• Foppe Nijboer is melkveehouder in Boelenslaan (Friesland) en in de tijd van het onderzoek van Jaap van Bruchem een van de deelnemers van het Vel & Vanla project. Nu past hij, samen met zijn vrouw Baukje Nijboer en hun zoon, de kringloopmethode nog steeds toe op hun melkveebedrijf. “Het begint bij goede mest, als de poep goed is dan is de koe gezond.” Eerst had Foppe Nijboer een gangbaar bedrijf maar door de omschakeling is hij nu biologisch geworden. De koeien op het bedrijf hebben geen horens en hij werkt met het Fries-Hollandse ras. Het bedrijf van Foppe Nijboer is een bewijs wat omschakeling naar kringlooplandbouw kan doen voor je melkveebedrijf. Financieel gaat het bedrijf uitstekend en het bedrijf heeft nu een stikstofoverschot van nul.
• Arnout Venenkamp is beleidsmedewerker van de provincie Drenthe en vertelt dat de provincie Drenthe in 2020 meer dan de helft van alle landbouw wil verduurzamen. De kringlooplandbouw wordt gestimuleerd. Metingen van het grondwater geven aan dat het ammoniak (stikstof)verlies drastisch is verlaagd.
• Jaap van Bruchem is oud-onderzoeker Wageningen Universiteit en deed 5 jaar onderzoek op de Minderhoudhoeve, ontwikkelde de kringlooplandbouw en is nog altijd actief betrokken.
• Egbert Lantinga is nog werkzaam als onderzoeker bij de Wageningen Universiteit, niet in de film.
• In de film worden beelden gebruikt van de melkveebedrijven van maatschap Nijboer, familiebedrijf Meijer, maatschap Meulenbroecks, maatschap Kok, Gjalt Tjeerdsma en Marije Klever.

Het project is gebaseerd op het gedachtegoed dat Jaap van Bruchem heeft ontwikkeld in het kader van het PMOV project. Jaap van Bruchem is oud-onderzoeker aan de Wageningen Universiteit. Hij deed onderzoek op de Minderhoudhoeve (een proefboerderij van de WUR) en heeft daar een model voor de kringlooplandbouw ontwikkeld dat bijdraagt aan aanzienlijke lagere emissies naar de omgeving en dus betere kwaliteit van het milieu. Bovendien scoren de bedrijven die het model hanteren economisch ook beter. In de film doet Jaap van Bruchem uit de doeken hoe hij 20 jaar geleden met een onderzoek begon om in een melkveebedrijf mest te produceren van compost-kwaliteit. De film laat zien wat de uitkomsten waren van een aantal aan het onderzoek verbonden bedrijven. En van boeren die daar nu nog mee werken!

De basis van dit project is de film die Huib Schoonhoven en Karen Kuiper maakten over het n.a.v. het PMOV-project in de praktijk gebrachte gedachtegoed.

PMOV
PMOV was een platform van innovatieve boeren en onderzoekers. PMOV is in 1999 opgericht rondom vier innovatieve landbouwinitiatieven en in 2003 en 2004 uitgebreid. De A.P. Minderhoudhoeve en de Ossenkampen zijn beide proefbedrijven van de Universiteit Wageningen; VEL & VANLA, twee Friese milieucoöperaties die samen zestig melkveehouders uit de Noordelijke Friese Wouden omvatten. Deze proberen op een natuurlijke wijze bodem, plant en dier op elkaar af te stemmen, ten behoeve van een optimale bodemvruchtbaarheid, bodembiologie, mestkwaliteit en eiwitarme en vezelrijke veevoeding.
Betrokken sinds 2003 was ook Bedreven Bedrijven Drenthe, een coöperatief mineralenproject, en De Uitdaging, een boereninitiatief uit Dalfsen. Betrokken waren tevens sinds 2004 vier studiegroepen uit Groningen. Alle betrokken boeren streven naar een milieusparende, diervriendelijke en economisch verantwoorde manier van boeren. Door middel van een aantal simpele maatregelen blijkt dit vrij makkelijk bereikbaar te zijn,
De werkwijze die de PMOV-boeren verenigt, is de aanpak van hun bedrijf als één geheel. In de vorige eeuw leerden de boeren vanuit de Wageningse onderzoeks-benadering om nauwkeurig te analyseren welk onderdeel van hun bedrijf het best rendeerde, om dat vervolgens steeds groter te maken en zo rijk te worden. Nu (her)ontdekten de PMOV-boeren hoe elk van de delen waaruit hun bedrijf bestaat, in aanleg een stimulerende invloed heeft op de overige delen. Ze vonden wegen om te zorgen dat ze samen een meerwaarde hebben, als systeem, als levend geheel of organisme.

Kort gezegd is hun visie:
– Als de dieren vezelrijk en eiwitarm voedsel krijgen, produceren zij hoogkwalitatieve mest (ammonium arm) die, mits goed bewerkt en uitgebracht, het bodemleven bevordert met een ruime C/N ratio (verhouding koolstof/stikstof), ofwel stikstof arm.
– De bodem die zodoende biologisch geactiveerd is, zorgt voor een weelderige ziektevrije plantengroei (veevoer, productiegewassen).
– Dit is de basis voor de dieren om zelf goed te groeien en gezonde nakomelingen, gezonde melk en vlees en goede mest voort te brengen.
Onderlinge samenwerking van de boeren en de gerichte zorg voor natuur en milieu vloeien als vanzelfsprekend voort uit deze werkwijze.
Naarmate de boer dit kringloopsysteem bewuster hanteert, groeit de duurzaamheid uit tot gezond-makende ontwikkeling: er ontstaat een positieve spiraalbeweging.

Het basisconcept dat in het PMOV wordt toegepast is sinds de negentiger jaren van de vorige eeuw ontwikkeld door Jaap van Bruchem, toen verbonden aan de Wageningen Universiteit. Hij ontwikkelde een holistisch rekenmodel waarin de stikstofkringloop in het bedrijf instrument is om bodem, gewas, vee en mest op elkaar af te stemmen. Hij verwerkte in het rekenmodel alles wat hij leerde bij succesvolle boeren met hart voor hun land, hun beesten en gewassen. Omgekeerd bezochten honderden (circa 7500) boeren de Minderhoudhoeve en maakten daar kennis met de benadering van Jaap. Als bij een boer de ogen gingen glimmen van herkenning, ging Jaap er op af om samen verder aan de verfijning en toepassing van zijn systeem te werken. Dat bleek bijzonder inspirerend en leerzaam voor beiden: voor elke individuele bedrijfssituatie moest immers de dáár passende oplossing worden gevonden. Toen na een jaar of vijf zo’n tweehonderd boeren met Jaap aan de slag waren, richtte een aantal van hen het PMOV op. Daar zaten niet alleen boeren in, maar ook veevoerfabrikanten, landbouwvoorlichters en geïnteresseerde burgers. Op vele manieren werd samengewerkt. Zo werden er bijvoorbeeld vier studiedagen per jaar gehouden waar de samenwerkende groepen hun ervaringen uitwisselen (Zie ‘Oogst’, oktober 2004).

Na het stoppen van het PMOV project en de Minderhoudhoeve door Wageningen Universiteit in 2002 zijn honderden boeren doorgegaan met het gedachtegoed.

Verslag filmvoorstelling provincie Gelderland d.d. 04-06-2018

Aanwezig van coalitie kringlooplandbouw i.o.:

Walter Bosgoed, melkveehouder in Noord-Deurningen (Twente) en al 20 jaar “PMOV-boer”

Toon Jansen, voormalig docent veehouderij Helicon Boxtel, bedrijf Weidecoach

Marijke Kuipers, Stichting Gaia Sira (de aarde is ons nest), organisator

Meer info: www.kringlooplanbdouw.nl/film

e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Emilie Hagelen leidt in en heet iedereen welkom, geeft aan dat er ambtenaren zijn van verschillende afdelingen: bodem, water, natuur en landbouw.

Deze film sluit aan op de film ‘Bodemboeren’ van o.a. Fransjan de Waard en laat zien hoe het duurzamer en klimaatvriendelijker kan.

Marijke Kuipers vertelt kort over het PMOV onderzoek (project Minderhoudhoeve, Ossekampen, Vel en Vanla) uit de jaren ’90. Dat onderzoek gaf veelbelovende resultaten bij het structuurrijker voeren van de koeien, en het toedienen van minder kunstmest en krachtvoer.

Toch is dit onderzoek gestopt, maar honderden boeren in heel Nederland gingen er mee door.

Daarover gaat deze film: de wijze van berekenen en een aantal boeren in verschillende stadia van het toewerken naar een gesloten kringloop.

De film is inmiddels vertoond op et ministerie van LNV en zal op 5 juni ook vertoond worden aan het Deltaplan Biodiversiteit en NIOO.

Walter Bosgoed geeft aan dat hij werkt volgens het orde-chaos principe: wat je op het bedrijf aanbrengt moet geen chaos brengen. Dus erover nadenken. Hij heeft 65 ha en 120 koeien. Hij gebruikt geen kunstmest en alleen lokaal krachtvoer.

Filmvertoning.

Na afloop vragenronde

Gedeputeerde Bea Schouten geeft aan dat ze geen agrariër is. Maar ze vindt de film mooi: minder kunstmest, krachtvoer, groei is niet altijd meer koeien. Dat er in Drenthe 20% kringlooplandbouw wordt bedreven vindt ze indrukwekkend.

Ze was vorige week bij de Agroforestry conferentie. Dat was ook vernieuwend en inspirerend.

Jammer dat Peter Drent, de nieuwe gedeputeerde voor landbouw er nog niet zit, hij zou hem ook een keer moeten bekijken (NB gaan we regelen)!

Vraag van Bea Schouten: Hoe krijg je zoiets op gang zonder de sector te verliezen?

Toon Jansen geeft aan dat de hele huidige generatie boeren rechtlijnig is opgevoed. Erfbetreders zijn van groot belang voor hen. Boeren moeten weer eigenwijs worden. Het denken in kringlopen in weerbarstig. Bij elke verandering vraagt een kringloopboer zich af: wat is het gevolg voor het bodemleven?

Walter Bosgoed geeft aan dat de grootste veestapel in de grond zit. Bij mestinjectie zet je elke keer een streepje in de grond, waarbij je de schimmels en bacteriën doorsnijdt en bodemverdichting ontstaat door de druk van de banden. Lichter materieel is belangrijk.

Wat kan de provincie doen?

Marijke: bijeenkomsten hierover stimuleren en gesprekken, ook met andere partijen zoals waterschappen en gemeentes, natuurorganisaties etc.

In Gelderland zitten paar hele goede voorbeeld boeren, zoals Jan Dirk & Irene v.d. Voort in Lunteren, die via het weglaten van antibiotica en het voeren van kruiden aan de koeien, toen afbouwen van kunstmest en krachtvoer naar kringlooplandbouw zijn gegaan. Maar ze zijn bijna failliet geweest, dus dat was ook een moeilijk proces!

Toon Jansen vult aan: boeren die een uitzondering zijn, iets meer ondersteunen.

Walter : stimuleren ook van graan verbouw, dan krijg je diversiteit in het landschap en vogels zoals de kwartel. Als je kunstmest toepast da krijg je meer eiwit in het gras en mais past erbij plus soja, dat moet je ook uitschakelen i.v.m. diversiteit.

Stap voor stap aanpak?

Toon: Ondernemer bepaalt zelf. Er is geen blauwdruk voor kringlooplandbouw. Het is ook afhankelijk van het perceel, het gaat erom niet meer te denken in problemen maar in oplossingen. In kringlooplandbouw is het vergisten van mest een grote zonde.

Bart .....: Compliment voor de film. Er zijn bij een melkveebedrijf honderden knoppen, de overheid grijpt in in vrije ondernemerschap, ook in Gelderland. Vruchtbare Kringlopen Achterhoek wil ook in die richting werken: kunstmestvrije Achterhoek.

Advies commissie in verband met grondgeboden landbouw, wat vinden we daarvan? Daar zijn we het mee eens.

VK: eiwitarm, durf kunstmest weg te laten.

Het bodemleven moet weer aan de gang komen. Boeren geven altijd aan dat er mensen op het erf komen. Maar de provincie beheert de omgeving: daar is een taak weggelegd voor de provincie hoe daar mee om te gaan.

Emile Hagelen: zijn er vragen vanuit de afdelingen natuur en water?

Natuur: de bodem is de basis, dat gaat om grasland. Structuurrijk voeren en meer bloemen, ook het landschap eromheen knapt ervan op: dat is ook agrarisch natuurbeheer en biodiversiteit.

In september opent de provincie een lijn over kennisoverdracht natuurinclusieve landbouw.

Toon geeft aan dat er boeren zijn die interesse hebben in kringlooplandbouw, soms wijken ze er af van wat gebruikelijk is. Het probleem is ook psychisch: omschakelen kost veel van jezelf als boer.

Welke rol kan de overheid spelen? Oploopjes die door de overheid worden georganiseerd wekken vaak wantrouwen.

Toon vult aan: het gaat ook in tegen wat men als boer denkt, zoals 10% groeien. In het onderwijs zijn er 2 uitzonderingen wat dit model betreft, een ervan zit in Gelderland namelijk in Barneveld.

Walter: een boer vraagt altijd; wat kost het en wat levert het op? Boeren zijn wel economisch te sturen.

Afdeling water: dat het nitraatgehalte onder de 50 mg/l komt klinkt als muziek in de oren, hoe kun je dat voor elkaar krijgen?

Walter geeft aan waarom hij ermee is beginnen. Ook economisch: 20 jaar terug was hij nog geen boer, hij zat in de handel.

Hij gaat er vanuit dat je je omgeving leent van de volgende generatie. Hij doet het best goed in de omgeving. Hij doet het anders omdat hij niet wil dat de business er teveel invloed op krijgt. Hij wil gezonde koeien etc.

Bij gebruik round-up: er zit software in de machines en daar wordt proces gevolgd.

Hij wil dat soort dingen niet, hij volgde wat hij zelf wilde.

De afnemer van zijn melk is een Duitse afnemen, hij heeft nog geen eigen kaas. Hij krijgt wel een hogere prijs om kringloopmelk te produceren.

Aan land en natuurbeheer kun je als provincie wat doen.

Jan Arink? Ziet knappe bedrijven. Is kringlooplandbouw ook geschikt voor 4 koeien per hectare?

Toon Jansen: niet direct, je moet wel je mest op je eigen grond kwijt kunnen.

Hij noemt het voorbeeld van de kwatrijn-stal, 2 jaar oud, waar de gier apart wordt gehouden en er boxen zijn met stro, dan kun je vaste mest afvoeren. Het contactoppervlak lucht-mest is geminimaliseerd hierdoor. Daardoor minder ammoniak. Of door een stal die 2x zoveel oppervlak heeft per dier: ligboxeilanden. Dieren die erin lopen doen het beter.

Rick Meulenbroeks vindt 200 koeien per ha grond nog te veel, hij wil best omlaag.

Walter zegt dat er veel geld in stallen zit, maar we willen ze ook in de wei.

Kees... w.b. water: de bodemverdichting beperkt de opnamecapaciteit van water, ook zitten er diergeneesmiddelen in water. Hij maakt zich zorgen om de mestvergisting.

Ernst: Toeleveranciers tussen boer en consument, die remmen ook deze beweging.

Walter geeft aan dat dat zo is en dat ook kunstmest maken veel energie kost.

Toon geeft aan dat in regionale commissie van Friesland Campina er wordt gewerkt aan VLOG melk. Dit zou kunnen passen in gebiedsplannen. De kringlooplandbouw zou daarin meegenomen kunnen worden.

Laatste oproep van Toon is om wat te gaan doen richting middelbaar agrarisch onderwijs.

Versie 2.

 

Verslag filmvoorstelling NIOO + Deltaplan Biodiversiteit

Aanwezig NIOO/WUR (Centrum voor bodemecologie): Froukje Rienks (communicatie), Gerard Korthals, prof Wim v.d. Putten (hoofd afdeling Terrestrische Ecologie), O??

....

Aanwezig Deltaplan Biodiversiteit: prof. ir. David Klein (departement Omgevingswetenschappen), Louise Vet

Aanwezig coalitie kringlooplandbouw:

Huib Schoonhoven & Karen Kuiper (Schoonhoven producties, filmers), Jaap van Bruchem (voormalig PMOV onderzoeker), Hans Schiere (idem), Gerard Keurentjes, PMOV-boer en nu b.d. melkveehouder uit Rutten in de Noord Oostpolder, Toon Jansen (voormalig docent veehouderij Helicon Boxtel), Anton Nigten (zelfstandig onderzoeker bodem en bemesting, Marijke Kuipers (organisator).

Louise Vet leidt in:

In het regeerakkoord staan de kringlooplandbouw en bodem. Circulariteit wordt belangrijker. We hebben goede connecties, Gerard Korthals (leidt centrum voor Bodemecologie, is project van NIOO en WUR). Vroeger was bij de WUR de bestuurlijke opinie één kant op, onder Louise Fresco is hier meer van alles. Ook ‘alternatieve’ hoogleraren vb. biologisch bestrijding worden nu serieuzer genomen. Wel is er nog de polarisatie tussen de agrariër en de stedeling. Het NIOO bestudeert interacties in de bodem.

De film is belangrijk omdat ook conventionele boeren erin zitten.

Filmvertoning: we kijken naar de korte versie van Winst met kringlooplandbouw

Na de film vertelt Gerard Keurentjes over zijn bedrijf:

Hij is melkveehouder (biologisch dynamisch) inclusief andere dieren. Hij is ‘gegroeid’ van 75 naar 55 koeien, en kan er prima van leven met 5 studerende kinderen

Hij heeft de productie per koe losgelaten. De bodem staat centraal. De koeien zijn 100% gras gevoerd met 3,70 % eiwit en 4,65 % vet. Zijn koeien geven 6000 l per jaar.

Er groeien bij hem kruiden in het land, hij hoeft daardoor geen gebruik te maken van antibiotica en werkt i.s.m. een imker met 12 bijenvolken van voor- tot najaar.

Het kruidenrijke grasland bestaat uit smalle weegbree, bron van natuurlijke selenium. Hij heeft een voorjaars afkalvende veestapel. De kalfjes blijven tot 3 maanden bij de moeder, dat legt een goede basis voor de gezondheid via natuurlijke weerstand. Hij weidt ze 9 maanden. “Dat leidt tot een lage kostprijs en speelt optimaal in op de seizoenen”. Qua beleid vindt hij dat de praktijk moet spreken, het is de boer die het moet uitvoeren tenslotte!

Hij heeft circa 1 koe per hectare, exclusief jongvee. Inclusief jongvee is het 1,4 koe/ha. Doordat de koeien gemiddeld 9 maanden buiten lopen, heeft hij slechts drie maanden drijfmestproductie.

Hij gebruikt max 112 kg stiksof per ha per jaar.

Hij krijgt 50 c/l; hij mist de 4,5 c/l extra die hij zou mogen krijgen als b.d. melk. Maar zijn melk kan nog niet verwerkt worden.

O.a. Friesland Campina heeft ontdekt dat biologisch een interessante stroom is ook i.v.m. mest en bodem. Maar Friesland Campina vond: melk is wit, daar moet je geen mest aan koppelen.

Wim van der Putten: het gaat om een ontwikkeling vanaf de jaren ’60-’70, mest op land, af en toe krachtvoer, bietenpulp naar veel intensiever.

Jaap geeft aan: stikstofbenutting van zijn vader met een klein beetje kunstmest was circa 50%. Dat is in de loop van de jaren naar 15% gegaan. In de jaren ’70 had je nog veel weidevogels.

Heeft kuilvoer met weidevogels te maken?

Gerard Keurentjes ziet ook een teruggang van weidevogels in de kop van Overijssel, dat heeft ook met het waterpeil te maken, dat is te laag; 3 jaar geleden werd het bij hem in de buurt plas-dras, dat trekt veel vogels aan.

Gerard vindt dat er een onbalans is in de waterpeilen, biodiversiteit en predatoren. We moeten het meer laten gaan! Het agrarisch natuurbeheer moet veel flexibeler.

Plasdras: met 3 weken uitstellen van het maaien is dat beter. Nog beter om in het najaar te maaien. Ook onderwijs zou volgens hem stappen moeten maken, met de faculteit diergeneeskunde. Gerards bedrijf is nu 17 jaar antibioticavrij.

David Klein van Agrarisch natuur beheer: maaibeleid is cruciaal voor biodiversiteit. Weidevogels zitten in de eerste snede te broeden. Sturen met water: dat moet je gebiedsgericht aanpakken. Volgens Gerard Keurentjes is kruidenrijk grasland ook van belang voor biodiversiteit en gezondheid van de koeien.

Een onderzoeker hoort altijd bij een extensievere boeren: de dierenarts komt minder langs. Zo heeft Gerard smalle weegbree, cichorei, klaverblad etc., ook deels verwerkt in brokjes.

Vraag: heb je graslandvernieuwing nodig om biodiversiteit te krijgen?

Gerard: Juist niet. De plantendiversiteit in grasland neemt in de loop van de jaren toe, waarbij er duidelijk sprake is van een natuurlijk verloop in plantenbestand. Kruiden én koeien zijn essentieel voor biodiversiteit.

Vraag: is er nu wel een kringloop?

Je voert melk en vlees af. Hoe zit het met micronutriënten?

Gerard: we hebben een ‘buitenpot’, daar zijn de koeien 2 uur per dag in maaisel uit de Weerribben. Met dat maaisel voeren we extra nutriënten aan.

Anton Nigten geeft aan dat Agrifirm cijfers van Friesland Campina aangeven dat alle sporenelementen in de melk dramatisch omlaag zijn gegaan. Hij denkt dat een grotere kringloop vanaf de bergen en slib kan komen, maar dat is ook lastig, we hebben vanaf de zee ook alles afgesloten.

Anton vertelt over het Kamper-eiland: daar spoelde de zee vroeger ook over de weilanden en bracht sporenelementen en zout. Dan had je de grotere kringloop erbij. Nu kun je die gemakkelijk met zeezout en steenmeel aanvullen.

O?: duurzame systemen op zandgronden werkten vroeger op deze manier.

Louise Vet, er ontstaat gedegenereerde grond.

O....: In niet productieve gebieden wel. Die mineralen zouden mee moeten naar het land.

Gerard Keurentjes geeft aan dat het waterschap maaisel wil mengen met drijfmest van zijn koeien. De waterschapskosten kunnen met de helft omlaag als organische stof centraal komt te staan.

Wim van der Putten vraagt waarom je elders melk zou produceren dan in Nederland? Zijn er berekeningen die deze systemen vergelijken met de koolstof cyclus?

Als we in NL de melk produceren, die we in NL consumeren is de C-cyclus ook meteen rond. NL melk laten produceren voor de wereldmarkt lukt niet met een gesloten kringloop.

Gerard Keurentjes geeft aan dat de VBBM dit heeft uitgezet, en een aanzet heeft gemaakt tot een verdere certificering van het systeem. Het is raar dat de ontheffing via de Tweede Kamer moet lopen, nu weer. Waar zijn de waterschappen en het LTO etc. die hier ook belang bij hebben?

Louise Vet: drijfmest later in het najaar uitrijden, is dat beter?[1]

Huib Schoonhoven: Systeem gebruikt C om N te verwerken. Bovengronds uitrijden mag straks niet meer.

Louise geeft aan dat ze dit punt mee kunnen nemen naar het Deltaplan Biodiversiteit. En uitwerken naar minister Carola Schouten voor een uitvoeringsagenda..

Half juni is de motie van Tjeerd de Groot in de Tweede Kamer (zie https://www.nieuweoogst.nu/nieuws/2018/06/07/kamerleden-steunen-verlenging-bovengronds-uitrijden Dit is voor het experiment Deltaplan Biodiversiteit en veehouders van groot belang.

Louise Vet vraagt of er onderzoek kan komen naar het bermmaaisel en drijfmest?

Wim van der Putten geeft aan dat er ook grote intensieve melkveehouders zijn, waarvan je niet wilt dat die dit gaan doen. De kwaliteit van de mest is dus van belang.

Destijds is er met Cees Veerman een mestcertificaat gekomen. Dat zou terug moeten komen.

Cijfers van de drijfmestinjecties, zijn die er? Anton Nigten[2] heeft daar ook een klein onderzoek naar gedaan.

Vel-Vanla heeft de effecten op weidevogels onderzocht.

Het verhaal van de mestinjectie hoort bij de WUR.

Wim van der Putten: boeren door het hele land werken met drijfmestinjectie.

Hans Schiere geeft aan: na jarenlang kunstmest en drijfmest heb je nog maar weinig bodemleven over.

Louise Vet geeft aan: water is ook zo’n ding, we hebben de kaderrichtlijn water.

Anton Nigten: er is een VBBM avond over onderzoek dat opgezet wordt naar verband tussen drijfmest kwaliteit zowel in de put als in de drijfmest die wordt uitgereden. Er wordt onderzoek gedaan naar H2S, fosfine, CO2, CH4, NH3 en NOx.

In drijfmest is het zo: wanneer C/N verhouding boven de 12 is dan gaat de ammoniak omlaag en kalium ook. Koeien vinden dan het gras lekkerder.

Gerard Korthals vindt dat we ook moeten experimenteren en dit koppelen aan bodemleven. Hier wordt internationaal weinig aan gewerkt.

Louise Vet: in Nederland moeten we naar elkaar toekomen. Gerard Korthals geeft aan dat we veldexperimenten moeten starten en agrarisch natuur beheer. Het is lastig om geld te vinden voor agrarisch natuur beheer. Misschien moeten we ook andere lijnen inzetten. Tenslotte gaat het NIOO over; hoe werkt de natuur? Dit in combinatie met agronomie!

Wim van der Putten: je moet op een gegeven moment echt gaat meten. Voor heel Nederland is dat een hele klus. Weinig meten is ook niet goed. Je moet het goed doen.

Gerard Korthals wil ook kijken naar wat er in de akkerbouw gebeurt, wat ten aanzien van melkveehouderij.

O....: Ook onderzoek van bermmaaisel op akkers, dit wordt vaak niet gemeten.

Toon Jansen geeft aan dat met bovengronds uitrijden en mestinjectie én goede mest er geen ammoniak wordt uitgestoten. Er is een rechtsgang geweest van circa 5 boeren, die werden wel in overtreding bevonden maar kregen geen boete. Dat kan nu niet meer i.v.m. EU-beleid en ze worden gekort op hun toeslagrechten.

De grasmat is van matige kwaliteit en dat is slecht voor de bodem.

Gerard Keurentjes vindt dat bij het hele gebeuren de faculteit Diergeneeskunde en onderwijs moet worden betrokken.

Louise vraagt of we terug moeten naar de MRY rassen?

Gerard Keurentjes vindt dat niet; hij vindt dat we vooruit moeten met Fries-Hollands vee en een sobere bedrijfsvoering die daarbij past, dan krijg je ook biodoversiteit en balans met 1 koe/hectare.

Gerard Korthals vindt dat op korte termijn materiaal voor ons type werk en bodemleven nodig is. Er zijn onderzoeksbudgetten nodig.

Het is goed om het contact met NIOO in te zetten.

Louise geeft aan dat citizenscience en IVN van belang zijn: bodemdierendag.

Het CBE heeft een systeem ontwikkeld om dat te wegen, o.a. in slootjes.

Ook is er de stichting Weidegang.

Er is een professioneel meetnetwerk nodig naast citizenscience.

Proefregio’s en living labs: daar is de minister voorstander van. Daar kan het aan worden gekoppeld.

De bodembrief van de TK ook hierbij betrekken, zie https://www.google.com/search?client=safari&rls=en&q=bodembrief+tweede+kamer&ie=UTF-8&oe=UTF-8

Froukje Rienks doet voor NIO PR en kan met alle comunicatiemedewerkers van alle Deltaplan partners contact maken.

Vraag: wil iemand de data van Jaap gaan verwerken?

Gerard Korthals: alternatieven zoals verschillende mestsoorten zijn van belang.

Er wordt niet besloten tot directe actie.

Louise: voed me maar!!

Louise is de 13e juni bij de minister met een paar kwartiermakers en vraagt om 8 bullet points.

[1] Anton: we hebben aanwijzingen dat dit inderdaad beter is dan in het vroege voorjaar. In het najaar is de bodem nog ingesteld op het verwerken van mest. In het voorjaar niet want dan is het nog veel te koud. Maar dan moet je bodemleven en je koolstofvoorziening wel op orde zijn.

[2] Anton: als je elk jaar de drijfmest op exact hetzelfde spoortje injecteert (via GPS) dan groeit er geen gras meer.

VOORSTEL INVUING BELEIDSSPOOR KINGLOOPLANDBOUW

Kringlooplandbouw is opgenomen in het regeerakkoord als een gewenste richting naar duurzame landbouw. Kringlooplandbouw maakt het mogelijk concreet stappen te zetten in verschillende maatschappelijke dossiers. Het vormt de basis voor gezond voedsel, de circulaire economie, het herstel van biodiversiteit, koolstofvastlegging, klimaatadaptatie en water- en luchtkwaliteit. Het is echter nog niet duidelijk hoe kringlooplandbouw daadwerkelijk kan worden gestimuleerd en welke beleidsmaatregelen kunnen bijdragen aan een daadwerkelijke omschakeling naar kringlooplandbouw.

Al meer dan 20 jaar ontwikkelt een netwerk van kringloopboeren, adviseurs en onderzoekers kennis en expertise over kringlooplandbouw en heeft daarin ook de nodige successen geboekt. Zo zijn kringloopboeren door heel Nederland gedocumenteerd, is er veel educatiemateriaal ontwikkeld, zijn er films en websites gemaakt en is er een Kringloopcertificaat ontwikkeld voor de borging van kringlooplandbouw. Ook de rekensystematiek van de huidige KringloopWijzer komt voort uit dit netwerk. Maar bovenal scoren kringloopboeren aantoonbaar beter op de kwaliteit van water, bodem en landschap, op biodiversiteit en diergezondheid. En belangrijker: ze realiseren dit alles tegen een (fors) lagere kostprijs.

Het netwerkt constateert dat:

  • Er is binnen het beleid een groot gebrek aan samenhang tussen het N (ammoniak, nitraat), P (fosfaat), C (klimaat) -en voedselbeleid. Dit heeft tot gevolg dat de overheid geen consistente koers vaart ten gunste van kringlooplandbouw. Bovendien frustreert het huidige beleid bodemherstellende maatregelen die kringloopboeren voorstaan;
  • De huidige landbouwpraktijk heeft onvoldoende oog voor de kwaliteit van onze voedselproductie, bijvoorbeeld voor het verlies aan mineralen en spoorelementen in onze bodems;
  • Het huidige beleid is sterk gebaseerd op end-of-pipe oplossingen zoals stalsystemen en zodebemesting. De kwaliteit van de mest voor de bodem en uiteindelijk ons voedsel staan daarin niet centraal;
  • Er is grote behoefte aan meer onafhankelijke kennis op het boerenerf om kringlooplandbouw succesvol te implementeren. Kennis over rassen, rantsoenen, mestkwaliteit, bouwplannen, bodembeheer, fokkerij, gras-klaverteelt, compostering, spoorelementen, enz.;
  • De huidige bedrijfsontwikkeling sluit onvoldoende aan bij gebiedsopgaves en de inrichting van gebieden, met elk hun specifieke bodem- en landschapskenmerken;
  • Er blijft behoefte aan experimenteerruimte, met name binnen de stikstof-wetgeving, om kringlooplandbouw lokaal goed toe te kunnen passen.
  • Er zijn veel regionale en provinciale initiatieven maar die opereren los van elkaar.

Onze aanbevelingen:

Wij stellen voor om een breed samenhangend omschakel-programma naar Kringlooplandbouw 2030 op te tuigen. Het voorstel is om in samenwerking met provincies in diverse regio’s waar kringloopboeren actief zijn gebieden aan te wijzen waar kringlooplandbouw kan gaan floreren. Voor deze gebieden worden integrale lange termijn doelen gesteld t.a.v. voedselkwaliteit en kwaliteit van bodem, water, landschap en ecosysteemdiensten. De boeren maken zich sterk voor het halen van deze doelen in de betreffende gebieden. Binnen het programma worden concrete mechanismen ontwikkeld die sturing naar kringlooplandbouw mogelijk moeten maken.

  1. Gebieden bestemmen als experimenteergebied (vanwege regelgeving), waarbij doelsturing i.p.v. middelvoorschriften gaat gelden. Daar werken aan het nieuwe GLB en vergroening, koppeling met bijvoorbeeld waterschap(-slasten) maken, ruimte in wet-en regelgeving en andere nieuwe stimulansen en andere verdienmodellen voor kringloopboeren;
  2. Het verder ontwikkelen en beter ontsluiten van alle kennis rondom kringlooplandbouw, toegesneden op specifieke bedrijfssituaties en sectoren. Er is een film “winst met kringlooplandbouw” die breder vertoond kan worden.
  3. Het beschrijven (afbakenen/beschermen) van kringlooplandbouw en het portretteren van de kringloopboeren, zodat duidelijk is wat kringlooplandbouw wel en ook wat het niet is. We stellen voor 25 uiteenlopende kringloopboeren te portretteren en met cijfers te onderbouwen. 25 strategieën naar kringlooplandbouw in beeld gebracht;
  4. Oprichten van een stimulerings- of risicofonds dat kan worden ingezet om ontwikkeling of omschakeling naar kringlooplandbouw mogelijk te maken;
  5. Het organiseren van een serie bijeenkomsten, tafels, gericht op rijksambtenaren om een integraal N-, P- C- en voedselbeleid vorm en inhoud te gaan geven, gebaseerd op maatschappelijke doelen i.p.v. op middelen. Vandaaruit ook aanbevelingen formuleren voor de vergroening van het GLB en de rol van certificering;
  6. Het organiseren van een serie bijeenkomsten, tafels, gericht op de landbouwsector en de agribusiness met onderwerpen als – succesvol samenwerking akkerbouw – melkvee, betere mest maken, duurzaam bodembeheer, verlagen footprint, gezondere koeien, gezonder voedsel, etc.
  7. Een trainings- en onderwijsprogramma optuigen voor de brede praktijk, o.a. via en met de AOC’s en HBO-opleidingen.
  8. "Onderzoek optuigen o.a. via het Centrum voor Bodem Ecologie (WUR en NIOO) en Louis Bolk instituut. Deze laatste is grote voorstander van kringlooplandbouw en werkt daar ook in diverse projecten aan mee. Samenwerking kringlooplandbouw in de toekomst zal in een breed  perspectief moet worden bezien. Het is niet alleen de circulariteit en de optimale bemesting, maar ook de agrobiodiversiteit en daarmee de landschapselementen en de regionale afstemming van (biodiversiteits)-bronnen.

Graag gaan we verder met u in gesprek over hoe wij vanuit ons netwerk kunnen bijdragen aan de invulling van Kringlooplandbouw, passend binnen uw regeerbeleid.

Coalitie Kringlooplandbouw, bestaande uit o.a. Jan Willem Erisman (directeur Louis Bolk Instituut), Wil Meulenbroeks, melkveehouder en bestuurslid van LTO, VBBM (vereniging voor Behoud van Boer en Milieu), Jelle Pilat (bestuur Noardlike Fryske Walden), Diana Saaman (Netwerk Grondig), Dirk Hart (bestuurder Netwerk Vitale Landbouw en Voeding), Frank Verhoeven (Boerenverstand), Weidecoach, Peter Takens Advies, Anton Nigten (Het Zout der Aarde), Schoonhoven producties, Marijke Kuipers (bestuurder Stichting Gaia Sira)